In de verhandelingen van het Oude Testament en het Nieuwe Testament schijnen de opvattingen over wat of wie God is behoorlijk uiteen te vallen. De koppeling van het christendom aan het Joods geloof, vloeide ineen, Jezus en zijn gemeenschap waren Joods van afkomst. Ze deelde in het Monotheïstisch Godsbeeld. Maar het Joods geloof deelde niet in het Messiasgeloof van Jezus, als de zoon van God. Ze geloofde in een wereldse verlossing, en een terugkeer naar een Hemels Jeruzalem, terwijl in het nieuw testament Jezus spreekt van een niet aards maar hemels koninkrijk. Het joods volk is nog steeds in deze verwachting van hun eigen profetieën.
Maar wat mij, vanaf de jeugdtijd dat ik de bijbel las, het meest schokkeerde was het voornamelijk onderscheid in het Godsbeeld zelf: In het oude testament was er die God van 'onbeheerste woede' (neem de tien plagen van Egypte of de zondvloed) de verbeten toornige God die vuur en donder neer stortte. Helemaal niet 'in de stijl van Jezus' die zei: 'slaat iemand u op de ene wang, keer hem de ander toe'. Deze scheiding vooral in morele opzichten, viel blijkbaar op:
'De historische spil in deze discussie is Marcion van Sinope (ca. 85–160 n.Chr.). Hij stelde radicaal dat de God van het Oude Testament een andere godheid was dan de God van het Nieuwe Testament: Volgens Marcion was de Oudtestamentische God (de Demiurg) een lagere, wraakzuchtige god die de materiële wereld had geschapen en gevangen hield in rigide wetten.'
Hieruit volgde ook de 'Gnosis' (Waar AI trouwens een mooie samenvatting van geeft):
'Gnosis onthult dat de godheid die in traditionele (vaak Oudtestamentische) geschriften wordt aanbeden, niet de hoogste God is.
De Ware God (Het Pleroma): Dit is de onkenbare, pure, transcendente bron van het al, vaak aangeduid als de 'Monade', de 'Vader van Alles' of de 'Onnoembare'. Deze God is louter liefde, licht en geest, en staat volledig los van de materiële wereld.
De Demiurg (Yaldabaoth): Door middel van gnosis doorziet de zoeker dat de schepper van de materiële wereld een lagere, dwalende en vaak jaloerse godheid is. Deze Demiurg dacht dat hij de enige God was en sloot de menselijke geest op in de materie.'
'Dankzij gnosis overbrugt het gnostische godsbeeld de kloof tussen het goddelijke en de schepping:
Aan de ene kant is de Ware God volkomen transcendent; zo verheven dat de materiële mens er normaal gesproken geen contact mee kan maken.
Aan de andere kant is God via de innerlijke vonk volkomen immanent (aanwezig in de mens). Gnosis is de spirituele brug die deze twee polen met elkaar verbindt.
Verlossing door inzicht, niet door geloof of zondebok.
In traditionele religies hangt de relatie met God vaak af van geloof, gehoorzaamheid aan wetten en verlossing van zonde. Binnen de gnostiek verandert gnosis deze dynamiek fundamenteel:
De mens is niet wezenlijk 'slecht' of 'zondig', maar onwetend (agnosia). De mens is vergeten wie hij werkelijk is en waar hij vandaan komt.
Verlossing betekent niet dat je gered moet worden van de straf van een boze God, maar dat je door gnosis ontwaakt uit de spirituele slaap. Zodra de vonk inziet dat hij thuishoort in het Pleroma, breekt de macht van de Demiurg.
Samenvattend verschuift gnosis het godsbeeld van een externe autoriteit die gehoorzaamd moet worden, naar een interne, mystieke realiteit die ontdekt moet worden. God is niet de schepper van onze materiële ellende, maar de spirituele bron van ons diepste bewustzijn.'
Plato's visie in de Gnosis is nog wel interresant (dat uit zijn wereldbeeld volgde.):
'Volgens Plato bezit de menselijke ziel een onsterfelijke kern die vóór de geboorte in de Ideeënwereld heeft vertoefd. Leren en filosoferen is volgens hem een proces van anamnese: het herinneren van de waarheid die de ziel door de geboorte in het lichaam is vergeten.
Dit sluit naadloos aan op het gnostische concept van gnosis (Grieks voor inzicht of innerlijke kennis). Binnen de gnostiek is verlossing niet een kwestie van geloof of zondenwassing, maar van het 'ontwaken' en zich herinneren van de eigen goddelijke oorsprong, waarmee de spirituele onwetendheid wordt opgeheven.'
-
In deze teksten en stromingen zie je het verschillende denken over de Antieke Godheid. Het verhaal krijgt echt een heel andere vorm: De mens is geen slachtoffer van láng geleden begane zonde, door éérste mensen, hij is feitelijk slachtoffer van zijn eigen onwetendheid.
Natuurlijk sluit het nieuwe testament met de komst van Jezus aan bij de joodse tradities, Jezus was een joods geboren mens, maar -terugkomende- Jezus was het tegendeel van de oude God van wrake en toorn.
Jezus heeft naar historische bronnen (met zekerheid) bestaan, maar of je het gehele verlossingsverhaal moet aanhangen is een persoonlijk iets: Voor mij was Jezus een bestaande geestelijke/spirituele leraar: De eeuwenlange voorstelling dat hij zou lijden het kruis dragen en sterven voor de mensen's zonde, komt voort uit de scheppingsmythe.
Laat me wel wezen, eeuwenlang heeft men mensen flink bang gemaakt met al die nare Gods voorstellingen. Het kan alleen een "Demiurg" God zijn, die zijn 'eigen Zoon' zou opofferen aan een groep sadisten die hem bespuugde en haatte.
Wanneer ikzelf mij een éérlijke Godsvoorstelling maak, dan is God het daadwerkelijk onuitsprekelijke, zoals hij ook in bijbelse termen wordt aanschouwd - geen slappe menselijke vertoning van -toorn haat woede en wraak, geen persoon met een groot Ego, geen bebaarde man (en natuurlijk een man want zijn eigenschappen zijn typisch mannelijk.)
Geen Antropomorfe voorstelling.
Dit onuitsprekelijke is nooit verwoord noch beschreven, niemand heeft er ooit over bericht, in geen verhandeling en verhaal staat 'hij' beschreven.
Omdat het ónbevattelijk is, kan geen menselijke gedachte er ooit aan roeren. Het staat buiten álle mythologie.
Het Werkelijke Ware is, dat we het Ware nooit kennen.
Het is geen drie of vier dimensioneel wezen,
het is onaantastbaar en ónaangeraakt.
En toch, zou ik willen besluiten, dragen we de kern ervan in ons mee.
Het Johannes Evangelie:
In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
2 Dit was in den beginne bij God.
3 Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.
4 In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.
5 En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen.
Bronvermelding.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten